Pagina's

zaterdag 27 april 2013

Chattanooga - Blairsville (Georgia)

Gisteravond toen ons vuurtje net goed begon te branden kwam de regen. Jammer, maar hij was nauwelijks een spelbreker. Els blogde binnen verder en we hadden al in de stad gegeten.

Voordat we naar de camping gingen waren we nog naar een liquor-shop geweest, want we konden vanmorgen bij de Walmart geen wijn krijgen. De vorige wijnkoop was in een Walmart in Kentucky, waar de drankverkoopregels anders zijn.

Vanmorgen naar de Ruby Falls, een 75 meter hoge waterval in een berg. Een van de economische stimulansen van Chattanooga. Vanuit heel Tennesse en uit heel de VS miljoenen bezoekers. Zelfs vanmorgen om half tien al een rij. Om de twintig minuten mag je met een groep naar binnen, onze groep was 40 man. Je ging met een lift 240 voet door de rots naar beneden, 15 man per liftlading. Beneden kon je dus niet naar boven. We werden beziggehouden door onze gids die ons 1500 voet door een niet erg breed gangetje liet lopen en onderweg ons entertainde. Soms moest je je tegen de wand drukken om een terugkomende groep te laten passeren. Ik was vaak net iets te lang en moest er voor zorgen het hoofd niet te stoten. Amerikanen zijn duidelijk fuctioneel korter dan wij: ook de railings waaraan je je moest vasthouden als de bodem slippery was zaten niet op de goede plek: allemaal te laag!

Door al het gedoe en de bekende onzin-namen voor druipsteenformaties verliep de tijd vrij soepel voor een halve claustrofoob. De waterval aan het eind van de wandeling maakte veel goed: heel apart. Hij is in 1929 op een ingewikkelde manier gevonden door iemand die hem naar zijn vrouw Ruby noemde. Dus niets met rood. Na anderhalf  uur weer boven. Ik weet niet of we het gedaan zouden hebben als we geweten hadden van al de rompslomp om er te komen, maar we zijn er niet ontevreden over dat we het gedaan hebben.

Daarna op weg naar Blairsville, uitgekozen on de afstand die we wilden afleggen plus het feit dat ze wifi hebben. Ligt net in Georgia, even ten zuiden van de grens tussen G en North Carolina. De weg erheen bleek te gaan via een (wild)watersportgebied, rivier Ocoee en idem meer, waar in 1996 een deel van de Olympische spelen van Atlanta werden gehouden. - De camping is bijzonder, bijzonder afgelegen, bijzonder royaal opgezet, bijzonder heuvelachtig en bijzonder verlaten. We kwamen om half vijf aan, er was niemand in het gesloten kantoor(tje), er was geen mens te zien. Het regende al een tijdje niet meer, wat het iets makkelijker maakte om op onderzoek uit te gaan. Een eenzame wandelaar zei dat er mogelijk een host zat in een camper een eindje het terrein op. Dat was zo, aardige man, die verbaasd was dat er al niemand meer in het kantoortje zat. Hij wees ons een plaats waar we vermoedelijk internet hadden. Er kwamen meer mensen, aardige mensen die zeiden dat dit een terrein was waar je nooit meer vandaan wou. We hebben besloten dat we morgenochtend paperwork doen. Ze hebben onze gegevens nog niet, over geld is niet gepraat. Morgen om tien uur zou er wel iemand zijn.

We kuierden nog een eindje, mede om te ontdekken waar de toiletruimtes zijn. Ik denk niet dat we daar veel gebruik van zullen maken. Te ver, te diep afdalen. Dus moeten we de camperfaciliteiten maar eens uitbuiten.

Els maakte spinaziestamppot, één portie om nu te eten, eentje voor morgen en één om in te vriezen voor volgende week.
Als het morgen niet regent blijven we waarschijnlijk nog wel een dag.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten